Baby & peuter

Je kind van 23 maanden

Je kind van 23 maanden: bijna 2 jaar, eerste zinnen, springen met beide voeten, minder dutjes, gezinsmaaltijden en mijlpalen volgens RIVM, JGZ en TNO-groeidiagrammen.

Kort antwoord: Op 23 maanden legt je kind eenvoudige verbanden, speelt het naast andere kinderen en groeit het besef van "ik" sterk. De taalgroei vlak voor de tweede verjaardag zit in een stroomversnelling. Voorlezen, fantasiespel en vaste rituelen ondersteunen deze snelle cognitieve ontwikkeling.
W
Reviewed by: Whispie Editorial Team Evidence-Based Parenting Research

Published:

Whispie

This article is for general information and is not a substitute for professional medical advice. Always consult your pediatrician or doctor about your child.

Aligned with AAP, WHO, NHS and CDC guidance.

See how we research and review →

In het kort: je kind van 23 maanden

Op 23 maanden staat je kind vlak voor de tweede verjaardag. De fase van "bijna twee" is een opmerkelijke combinatie van vaardigheid en chaos: je kind kan behoeftes duidelijk maken, routines volgen en korte stukjes zelfstandig spelen, en toch in tranen uitbarsten omdat een banaan doormidden brak. Dit is normaal ontwikkelingswerk, geen teken van verwend gedrag of opvoedfouten.

Rond deze leeftijd is er meestal geen apart contactmoment gepland bij het consultatiebureau, maar je kunt altijd bellen of langsgaan bij de JGZ (jeugdgezondheidszorg) als je vragen hebt over taal, gedrag of motoriek. Het volgende reguliere contactmoment is meestal rond de leeftijd van 2 jaar, waarbij groei, spraak en ontwikkeling opnieuw worden bekeken en het Rijksvaccinatieprogramma wordt gecontroleerd.

Lichamelijke ontwikkeling

De grove motoriek wordt op 23 maanden steeds preciezer. Lopen gaat gecoördineerder, met een iets smallere steunbasis. Veel kinderen kunnen nu op de plek springen, waarbij beide voeten tegelijk van de grond komen (meestal tussen 22 en 30 maanden), gericht tegen een bal schoppen, een balletje van bovenaf gooien (nog zonder veel precisie) en een trap oplopen terwijl ze zich vasthouden. Sommigen beginnen de trap zonder vasthouden te beklimmen, maar wisselen daarbij meestal nog niet de voeten af.

De fijne motoriek wordt steeds verfijnder. Je kind kan 6 of meer blokken op elkaar stapelen, eenvoudige vormenstoof-puzzels oplossen, bladzijden van een boek één voor één omslaan, een potlood met de vuist of een driepuntsgreep vasthouden en verticale lijnen en cirkels nadoen. Zelfstandig eten met een lepel lukt inmiddels goed (al gaat het nog rommelig), en veel kinderen beginnen ook met een vork te oefenen. Drinken uit een open bekertje gaat met steeds minder morsen.

Een voorkeurshand kan duidelijker worden, al is echte handvoorkeur pas rond 3 tot 4 jaar volledig vastgelegd. Moedig verkennen met beide handen aan en dwing geen voorkeur af. Bilaterale coördinatie, het gelijktijdig gebruiken van beide handen in verschillende rollen zoals een kom vasthouden terwijl je erin roert, ontwikkelt zich nu en is een belangrijke voorloper van veel latere schoolse vaardigheden.

Cognitieve en sociale ontwikkeling

Het symbolisch denken verdiept zich op 23 maanden. Fantasiespel wordt complexer: in plaats van één losse handeling (een pop voeren) voert je kind nu een reeks handelingen achter elkaar uit, zoals de pop in de kinderstoel zetten, met een lepel "voeren" en daarna de mond van de pop afvegen. Deze opeenvolging van handelingen weerspiegelt werkgeheugen en planningsvaardigheden, beide gekoppeld aan de zich ontwikkelende prefrontale cortex.

Theory of mind, het besef dat andere mensen andere gevoelens en bedoelingen hebben, staat nog in de kinderschoenen. Je kind merkt misschien dat je verdrietig bent en brengt je een speeltje, of kijkt naar jouw gezicht bij iets onverwachts (sociale verwijzing). Echt inlevingsvermogen met perspectief nemen ontwikkelt zich pas rond het vierde levensjaar, maar de basis wordt nu gelegd.

Sorteren en categoriseren komen op: je kind legt misschien spullen bij elkaar op kleur of vorm, zet auto"s op een rij of groepeert vergelijkbare voorwerpen. Dit is vroeg wiskundig denken. Oorzaak en gevolg worden goed begrepen, denk aan kastjes openen, schakelaars omzetten, knopjes indrukken. De drang om te testen wat wat doet is groot en verklaart veel "overal aan zitten"-fasen.

Sociaal blijft naast elkaar spelen de norm, maar korte momenten van samen spelen duiken op, zoals een bal heen en weer rollen of om de beurt van de glijbaan gaan. Conflicten met leeftijdsgenootjes draaien meestal om bezit; delen kun je op deze leeftijd nog niet verwachten. Voorleven, niet uitleggen, is de manier waarop peuters sociaal gedrag leren.

Taal en communicatie

De woordenschat groeit op 23 maanden nog steeds snel en bereikt vaak 100 tot 250 woorden, met sommige kinderen die ver daaroverheen gaan. Combinaties van twee woorden zijn inmiddels standaard, en de eerste zinnen van drie woorden kunnen verschijnen. Deze woordenschatgroei zet meestal door tot rond de tweede verjaardag, waarna zinsbouw meer op de voorgrond komt.

De verstaanbaarheid voor onbekenden ligt op 23 maanden rond de 50 procent. Bekende volwassenen verstaan het grootste deel. Veel klanken (s, sj, r, l) blijven nog lastig en worden pas jaren later helder; corrigeer de uitspraak op deze leeftijd niet.

Het taalbegrip is indrukwekkend: de meeste kinderen van 23 maanden volgen opdrachten in twee stappen, wijzen naar 5 of meer lichaamsdelen, herkennen bekende voorwerpen op plaatjes en kennen het grootste deel van de huishoudelijke woordenschat. Dagelijks voorlezen, ook korte, herhalende boekjes, heeft aantoonbaar blijvende invloed op woordenschat en leesvaardigheid, zoals het Voedingscentrum en de JGZ ook benadrukken in hun adviezen over vroege ontwikkeling.

Signalen om extra op te letten rond de tweede verjaardag: minder dan 25 woorden, geen combinaties van twee woorden, geen eenvoudige opdrachten volgen, niet wijzen om iets te delen, verlies van eerder aangeleerde taal of vaardigheden, en beperkt oogcontact. Vroege hulp is het meest effectief vóór het derde levensjaar.

Slaap op 23 maanden

De slaapbehoefte blijft ongeveer gelijk: 11 tot 14 uur per etmaal, meestal 10 tot 12 uur "s nachts plus een middagdutje van 1,5 tot 2,5 uur. Verzet tegen het middagdutje neemt deze maand vaak toe, naarmate de zelfstandigheid groeit. Een bekend patroon: je kind verzet zich 20 tot 30 minuten tegen het dutje, maar valt dan alsnog diep in slaap. Dit betekent niet dat het dutje niet meer nodig is; het is gewoon een teken van normale peutergrenzen aftasten.

De slaapregressie die rond 18 maanden begint, loopt bij veel kinderen door tot in de 23e of 24e maand. Typische kenmerken zijn moeite met inslapen "s avonds, wakker worden in de nacht, vroeg wakker worden en verzet tegen het dutje. Houd de routines consequent aan. De meeste regressies verdwijnen binnen 2 tot 6 weken. Voer geen nieuwe slaaphulpjes in (blijven liggen tot je kind slaapt, nachtvoeding terugbrengen) die je op lange termijn niet wilt volhouden.

De tweejarige kiezen breken vaak door tussen de 23e en 33e maand en kunnen de slaap verstoren. Symptomen zijn kwijlen, in het tandvlees wrijven, lichte prikkelbaarheid en soms licht verhoogde temperatuur. Bespreek pijnbestrijding met het consultatiebureau of je huisarts; koele bijtringen en extra knuffelen helpen de meeste kinderen.

Voorbeeldschema: wakker om 6:45 uur, middagdutje van 12:30 tot 14:30 uur, start bedtijdroutine om 18:45 uur, in slaap tegen 19:30 uur. Pas de tijden in stapjes van 15 minuten aan op het natuurlijke ritme van je kind.

Voeding op 23 maanden

Je kind eet nu gezinsmaaltijden, hetzelfde als jij eet, in aangepaste porties en vorm. Drie maaltijden plus twee kleine tussendoortjes is gebruikelijk. Volle melk blijft tot de tweede verjaardag de aanbevolen basis, met 300 tot 450 ml per dag volgens het Voedingscentrum. Vanaf de tweede verjaardag kan geleidelijk worden overgestapt op halfvolle melk, tenzij er reden is om dit uit te stellen vanwege groei of voeding.

Kieskeurig eten blijft op 23 maanden op zijn hoogtepunt. Je kind eist misschien dezelfde drie gerechten, weigert alles wat groen is, of staat erop een bepaald bordje of bestek te gebruiken. Dit is normale voedselneofobie, geen eetstoornis. De best onderbouwde aanpak is de verdeling van verantwoordelijkheid: de ouder bepaalt wat, wanneer en waar er gegeten wordt; het kind bepaalt of en hoeveel het eet.

Wat werkt: een gevarieerd bord serveren met minstens één bekend favoriet gerecht; geen druk of omkoping; samen als gezin eten zonder schermen; geweigerd eten herhaaldelijk blijven aanbieden (10 tot 15 keer is normaal voordat iets geaccepteerd wordt). Wat averechts werkt: apart koken voor je kind, toetje als beloning voor opeten, dwingend voeren en eten inzetten om emoties te sturen.

Let op ijzer, vitamine D en zink. Vlees, verrijkte graanproducten, peulvruchten, linzen en donkergroene bladgroenten (gecombineerd met vitamine C) leveren ijzer. Het Voedingscentrum adviseert vitamine D-supplementen voor alle kinderen tot 4 jaar, het hele jaar door, ongeacht hoeveel zuivel of zon ze krijgen. Blijf verstikkingsgevaar vermijden: hele druiven (altijd in de lengte doorsnijden), hele noten, popcorn, plakjes worst en harde snoepjes.

Spel en activiteiten

De beste activiteiten op 23 maanden combineren fantasiespel, grove motoriek, taal en fijne motoriek:

Gezondheid en veiligheid

Contact met de JGZ: Rond deze leeftijd is er geen apart standaard contactmoment gepland, maar het consultatiebureau (JGZ) staat altijd open voor vragen over groei, motoriek, taal, sociale ontwikkeling en zien. Controleer of het Rijksvaccinatieprogramma op schema loopt; de belangrijkste vaccinaties, waaronder BMR (bof, mazelen, rodehond) en de MenACWY-prik, worden meestal rond 14 maanden gegeven, dus check bij twijfel het inentingsboekje. De griepprik is voor gezonde peuters doorgaans niet standaard geadviseerd, tenzij er een medische indicatie is.

Veiligheidsprioriteiten: meubels aan de muur bevestigen (kantelongelukken zijn te voorkomen), raambeveiliging aanbrengen, medicijnen en schoonmaakmiddelen achter slot opbergen, traphekjes gebruiken en het toilet beveiligen (verdrinkingsgevaar). Achterwaarts gericht autostoeltje: volgens de Europese veiligheidsnorm (ECE R129 i-Size) is het advies om kinderen zo lang mogelijk achterwaarts te laten reizen, doorgaans minstens tot hun vierde levensjaar.

Probeert je kind uit het ledikant te klimmen: zet de bodem op de laagste stand, haal grote knuffels en kussens weg die als opstapje kunnen dienen, en plan bij aanhoudend klimmen de overstap naar een peuterbed met de juiste veiligheidsmaatregelen in de kamer.

Veelgestelde zorgen en alarmsignalen

Bespreek het met de JGZ of je huisarts (wacht niet tot het volgende contactmoment) als je kind:

Kinderfysiotherapeuten, logopedisten en centra voor jeugd en gezin kunnen zonder verwijzing meedenken over ontwikkelingsvragen, vaak vergoed vanuit de basisverzekering. Vertrouw op je eigen gevoel: ouders merken belangrijke veranderingen meestal als eerste op.

Tips voor ouders

Veelgestelde vragen

Wat moet een kind van 23 maanden kunnen?

De meeste kinderen van 23 maanden gebruiken 50 tot 250 woorden, maken regelmatig combinaties van twee woorden, rennen, klimmen op meubels, schoppen tegen een bal, volgen opdrachten in twee stappen, spelen fantasiespelletjes, herkennen zichzelf in de spiegel en eten zelfstandig met een lepel. Ze wijzen naar meerdere lichaamsdelen, herkennen bekende gezichten op foto"s en hebben uitgesproken meningen over kleding, eten en de dagelijkse routine.

Hoeveel melk heeft een kind van 23 maanden nodig?

Het Voedingscentrum adviseert voor peuters vanaf 1 jaar tot de tweede verjaardag ongeveer 300 tot 450 ml volle melk of gelijkwaardige zuivelproducten per dag. Meer dan 500 ml kan de eetlust voor vast voedsel onderdrukken en het risico op ijzertekort vergroten. Water is de beste dorstlesser tussen de maaltijden door; sap wordt afgeraden vanwege het suikergehalte.

Is het normaal dat een kind van 23 maanden "s nachts wakker wordt?

Af en toe wakker worden is op deze leeftijd normaal, zeker tijdens ontwikkelingssprongen, ziekte, het doorkomen van de tweejarige kiezen (vaak tussen 23 en 33 maanden) of een fase van scheidingsangst. Is het wakker worden nieuw en aanhoudend, kijk dan naar mogelijke oorzaken: een recente verandering in het dagritme, een te laat slaapmoment, een te warme kamer of de bekende slaapregressie rond 18 tot 24 maanden. De meeste regressies lossen zich binnen enkele weken op als de routines stabiel blijven.

Wanneer kan mijn kind van 23 maanden naar een peuterbed?

De JGZ en slaapdeskundigen adviseren om een kind zo lang als veilig is in het ledikant te laten slapen, meestal tot rond de derde verjaardag of totdat het eruit kan klimmen (wat het eerst komt). Te vroeg overstappen leidt vaak tot moeite met inslapen en veel uitstapjes uit bed "s nachts. Klimt je kind van 23 maanden uit het ledikant, verlaag dan de bodem, gebruik een slaapzak om het beenbewegen te beperken, of stap over op een peuterbed met de nodige veiligheidsmaatregelen zoals een traphekje en een goed beveiligde kamer.

Hoe bereid ik mijn kind van 23 maanden voor op een broertje of zusje?

Lees prentenboeken over baby"s voor, leg eenvoudig uit wat baby"s doen (slapen, drinken, huilen), laat je kind helpen met leeftijdsgeschikte taken zoals luiers pakken of kleertjes uitzoeken, en vermijd grote veranderingen zoals zindelijkheidstraining of een nieuw bed in de weken vlak voor of na de bevalling. Verwacht na de geboorte tijdelijke terugval in slaap, taal of gedrag; dat is normaal. Maak na de bevalling bewust tijd vrij voor samen zijn met je oudste.

Kan een kind van 23 maanden al naar de peuteropvang of het kinderdagverblijf?

In Nederland gaan veel kinderen van deze leeftijd al naar het kinderdagverblijf of de peuterspeelzaal, vaak in combinatie met kinderopvangtoeslag voor werkende ouders. Belangrijke aandachtspunten zijn een rustige, geleidelijke wenperiode, een goede beroepskracht-kindratio en een taalrijke, veilige omgeving. Vraag naar het pedagogisch beleidsplan en de VVE-aanpak (voor- en vroegschoolse educatie) van de locatie. Gestructureerd leren is op deze leeftijd niet nodig; spelen is het echte werk van een peuter.

Waarom zegt mijn kind van 23 maanden constant "nee"?

"Nee" is een van de krachtigste woorden in de groeiende autonomie van je kind. Nee zeggen is geen ongehoorzaamheid, het is oefenen met een eigen persoon zijn met eigen voorkeuren. De beste reactie is onnodige instructies te verminderen, waar mogelijk keuzes aan te bieden en harde grenzen te reserveren voor echte veiligheid en gezondheid. De "nee-fase" piekt tussen 18 en 30 maanden en neemt daarna geleidelijk af.

Welk gewicht en welke lengte zijn normaal op 23 maanden?

Volgens de TNO-groeidiagrammen die de JGZ in Nederland gebruikt, wegen jongens doorgaans tussen 9,9 en 13,9 kg en meten ze 81 tot 91 cm. Meisjes wegen doorgaans tussen 9,4 en 13,4 kg en meten 80 tot 90 cm. Het volgen van de groeicurve over meerdere consultatiebureaubezoeken zegt meer dan één losse meting; een stabiel percentiel is belangrijker dan een absoluut getal.

Moet mijn kind van 23 maanden al kunnen springen?

Springen met beide voeten tegelijk van de grond ontwikkelt zich meestal tussen 22 en 30 maanden. Veel kinderen van 23 maanden oefenen hier druk mee, maar krijgen het nog niet voor elkaar om echt allebei de voeten los te krijgen. Springen van een lage opstap komt meestal iets later. Nog niet kunnen springen op 23 maanden is op zich geen alarmsignaal, maar bespreek het samen met andere motorische achterstanden gerust bij het consultatiebureau.

Hoe ga ik om met bijten of slaan bij mijn kind van 23 maanden?

Bijten en slaan komen op deze leeftijd vaak voor en weerspiegelen frustratie door beperkte taal. Reageer meteen en rustig: "Niet bijten, dat doet pijn. Je mag zeggen: ik ben boos." Haal je kind kort uit de situatie, richt je aandacht op het gebeten kind (dat modelleert empathie) en bijt of sla nooit terug. Let op triggers zoals honger, moeheid, prikkelovervloed of overgangsmomenten. Geef je kind meer taal: "Je mag zeggen: van mij" of "stop". Deze fase verdwijnt vanzelf naarmate de taal zich ontwikkelt.

👶

Volg de ontwikkeling van je kind met Whispie

Maand-voor-maand mijlpalen bijhouden, wetenschappelijk onderbouwde begeleiding en zachte herinneringen, alles in één app voor ouders.

Weekly parenting tips, no spam

Evidence-based guidance for your child's stage — straight to your inbox.