Zwangerschap

Alarmsymptomen en complicaties tijdens de zwangerschap: wanneer moet je bellen?

Welke klachten per trimester direct medische zorg vereisen, wanneer je je verloskundige moet bellen, en evidence-based uitleg over pre-eclampsie, zwangerschapsdiabetes en vroeggeboorte.

Beoordeeld door: Whispie-redactieteam Onderbouwd ouderschapsonderzoek

Gepubliceerd:

Dit artikel is bedoeld als algemene informatie en vervangt geen professioneel medisch advies. Raadpleeg bij vragen over je kind altijd je kinderarts of huisarts.

Bronnen: WHO, CDC, AAP en NHS. Aanbevelingen verschillen per land — voor Nederland zie de NVOG en Thuisarts.nl.

Zo doen we onderzoek en review →

Waarom het herkennen van alarmsignalen belangrijk is

De meeste zwangerschappen verlopen zonder grote problemen. Toch kan een klein aantal complicaties snel ernstig worden als de eerste signalen niet op tijd worden opgepikt. Hevig bloedverlies, infectie, pre-eclampsie en longembolie zijn de belangrijkste vermijdbare oorzaken van ernstige problemen — en elk daarvan kondigt zich vooraf aan met herkenbare klachten. Die op tijd herkennen maakt het verschil tussen een goed te behandelen complicatie en een noodgeval.

De praktische moeilijkheid zit in het onderscheid tussen gewone zwangerschapsongemakken — ligamentpijn, opgezette enkels aan het einde van de dag, een enkele oefenwee — en de kleine groep symptomen die om snel handelen vraagt. Dit artikel loopt de belangrijkste alarmsignalen per trimester langs, en behandelt daarna de complicaties die goed is om te kennen voordat ze zich voordoen.

Verloskundigen en gynaecologen zijn hier eensgezind over: bij twijfel, bel. Geen zorgverlener heeft ooit spijt gehad van een telefoontje dat achteraf onschuldig bleek.

Alarmsignalen in het eerste trimester (week 1-13)

Ongeveer 10 tot 15% van de herkende zwangerschappen eindigt in het eerste trimester in een miskraam, meestal door een chromosomale afwijking. Licht bloedverlies rond de innesteling kan onschuldig zijn. Toch is elk bloedverlies reden voor een gesprek met je verloskundige: het kan, zeldzaam maar mogelijk, het eerste teken zijn van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap.

Symptomen die dezelfde dag nog beoordeeld moeten worden:

Lichte misselijkheid, gevoelige borsten, vermoeidheid en een licht drukkend gevoel onderin de buik horen bij het eerste trimester en vragen geen spoedbeoordeling, tenzij ze ernstig zijn of snel verergeren.

Alarmsignalen in het tweede trimester (week 14-27)

De ochtendmisselijkheid trekt meestal weg rond week 14, het risico op een miskraam daalt sterk, en de meeste vrouwen voelen voor het eerst hun baby bewegen. Toch is dit niet het trimester om op de automatische piloot te draaien: juist nu kunnen zich ernstige complicaties ontwikkelen, en die worden makkelijk gemist omdat deze periode vaak als de rustigste van de drie aanvoelt.

Bel je verloskundige direct of ga naar de verloskamer bij:

Alarmsignalen in het derde trimester (week 28-40+)

Pre-eclampsie komt het vaakst voor in het derde trimester. Vroeggeboorte heeft na 28 weken de grootste impact op de uitkomst: de overlevingskansen zijn dan hoog, maar hoe vroeg de bevalling precies plaatsvindt, blijft bepalend. Placentaproblemen worden waarschijnlijker naarmate de placenta ouder wordt. Dit is het trimester waarin snel herkennen en handelen het meeste verschil maakt.

Zoek direct spoedeisende hulp bij een van de volgende signalen:

Over kindsbewegingen: elke baby ontwikkelt vanaf de tweede helft van de zwangerschap zijn eigen ritme van actieve en rustige periodes. Er is geen vast aantal bewegingen dat je binnen een bepaalde tijd zou moeten voelen — strikt tellen tot een vaste teller heeft geen voordeel laten zien tegen doodgeboorte, en zo'n telschema wordt inmiddels afgeraden omdat het vooral onnodige onrust geeft. Wat wél telt, is verandering: voelt je baby minder, trager of anders dan je gewend bent, bel dan meteen. Ga niet eerst iets zoets drinken en opnieuw tellen — dat kost alleen tijd. Er is geen ondergrens die je eerst moet halen voordat bellen "gerechtvaardigd" is.

Pre-eclampsie: wat je moet weten

Pre-eclampsie is een aandoening die specifiek bij de zwangerschap hoort: nieuw ontstane hoge bloeddruk, gecombineerd met eiwit in de urine of tekenen van orgaanschade, na 20 weken. Wereldwijd komt het voor bij 2 tot 8% van alle zwangerschappen, en het is een belangrijke oorzaak van ziekte en sterfte bij moeder en kind.

Diagnostische criteria: een systolische bloeddruk van 140 mmHg of hoger, of een diastolische van 90 mmHg of hoger, op twee losse metingen met minstens vier uur ertussen, bij een vrouw die voor 20 weken een normale bloeddruk had. Daarbij komt eiwit in de urine (300 mg of meer per 24 uur) of, ook zonder eiwit in de urine, een sterk gedaald aantal bloedplaatjes, verminderde nierfunctie, verstoorde leverfunctie, longoedeem, of hoofdpijn die niet op pijnstilling reageert.

Ernstige kenmerken zijn onder meer een systolische bloeddruk van 160 of hoger, een diastolische van 110 of hoger, sterk verlaagde bloedplaatjes, verstoorde leverfunctie met hevige pijn onder de rechter ribbenboog, toenemende nierproblemen of longoedeem. Dit betekent vrijwel altijd opname in het ziekenhuis.

Preventie: bij een verhoogd risico — een eerdere pre-eclampsie, een meerlingzwangerschap, chronische hoge bloeddruk, diabetes, nierziekte, of een auto-immuunziekte — wordt vaak een lage dosis aspirine geadviseerd, te starten voor week 16 en door te zetten tot de bevalling. Je verloskundige of gynaecoloog bepaalt of dit voor jou geldt.

De enige echte behandeling is de bevalling; tot die tijd draait het om nauwlettende controle. Belangrijk: pre-eclampsie kan ook ná de bevalling ontstaan, tot ongeveer 6 weken postpartum, al treedt het merendeel op in de eerste week. De klachten zijn dezelfde als tijdens de zwangerschap. Merk je dit na de bevalling op, wacht dan niet af: ga direct naar de spoedeisende hulp of bel 112 als de klachten heftig zijn. Vrouwen die pre-eclampsie hebben gehad, houden ook op lange termijn een hoger risico op hart- en vaatziekten.

Zwangerschapsdiabetes: screening, diagnose en behandeling

Zwangerschapsdiabetes is een verminderde glucosetolerantie die voor het eerst wordt vastgesteld tijdens de zwangerschap, en die geen reeds bestaande diabetes is. Het komt voor bij ongeveer 6 tot 9% van de zwangerschappen, met een hoger risico bij overgewicht, een eerdere zwangerschapsdiabetes, PCOS of een familiegeschiedenis van diabetes type 2.

Screening en diagnose: meestal wordt er tussen week 24 en 28 gescreend met een glucosetolerantietest, waarbij je een glucosedrankje drinkt en er bloed wordt geprikt. Bij een verhoogd risico — eerdere zwangerschapsdiabetes, sterk overgewicht, PCOS — wordt vaak al eerder getest. De afkapwaarden verschillen per land en richtlijn; je verloskundige vertelt welk protocol in jouw zorg geldt.

Waarom het belangrijk is: slecht gereguleerde zwangerschapsdiabetes hangt samen met een te grote baby, schouderdystocie tijdens de bevalling, een laag bloedsuikergehalte bij de baby na de geboorte, een hogere kans op een keizersnede, en een verhoogd risico op diabetes type 2 later in het leven. Goed behandeld leidt het doorgaans tot uitkomsten vergelijkbaar met een zwangerschap zonder diabetes.

Behandeling: de eerste stap is bijna altijd een aangepast voedingspatroon samen met regelmatige matig-intensieve lichaamsbeweging. Blijft de bloedsuiker na een paar weken toch te hoog, dan komt insuline of soms een tablet in beeld.

Na de bevalling wordt geadviseerd om enkele weken later opnieuw een glucosetolerantietest te laten doen, om aanhoudend verstoorde glucosetolerantie of diabetes type 2 uit te sluiten.

Vroeggeboorte: signalen, risicofactoren en wat er daarna gebeurt

Een vroeggeboorte — een bevalling voor 37 voltooide weken — komt voor bij ongeveer 10% van de zwangerschappen en is wereldwijd de belangrijkste oorzaak van ziekte en sterfte bij pasgeborenen. Ruwweg de helft begint spontaan; de rest wordt medisch ingeleid.

Alarmsignalen van vroeggeboorte:

Herken je een van deze signalen vóór 37 weken, ga dan direct naar de verloskamer. De beoordeling bestaat meestal uit een inwendig onderzoek, soms een fibronectinetest (die de kans op een bevalling binnen 7 tot 14 dagen inschat) en het meten van de baarmoederhals via een inwendige echo.

Dreigt een vroeggeboorte voor 34 weken, dan krijg je meestal een kuur longrijpingsinjecties, die de longen van de baby helpen sneller te rijpen. Vóór 32 weken wordt vaak ook magnesiumsulfaat gegeven, ter bescherming van de hersenen van de baby. Weeënremmende medicatie wint kortdurend tijd voor deze behandelingen.

Risicofactoren voor een spontane vroeggeboorte zijn onder meer een eerdere vroeggeboorte (de sterkste voorspeller), een korte baarmoederhals op de echo, een meerlingzwangerschap, afwijkingen aan de baarmoeder, eerdere ingrepen aan de baarmoederhals, een laag lichaamsgewicht, roken en drugsgebruik. Bij een eerdere vroeggeboorte met een korte baarmoederhals kan progesteronbehandeling of een cerclage worden overwogen.

Placentaproblemen: praevia en loslating

Placenta praevia ontstaat wanneer de placenta over of vlak bij de baarmoedermond ligt ingeplant. Een volledige praevia komt tegen het einde van de zwangerschap voor bij ongeveer 1 op de 200 zwangerschappen; een gedeeltelijke of randstandige praevia komt vaker voor. Het kenmerk is pijnloos, helderrood vaginaal bloedverlies in het tweede of derde trimester. Bij een volledige praevia is een vaginale bevalling niet veilig, en wordt meestal rond week 36-37 een geplande keizersnede afgesproken. Bekkenrust — geen gemeenschap, niets inwendig, niet zwaar tillen — is de gangbare aanpak tot dan. Veel gevallen die vroeg worden gezien, verdwijnen vanzelf naarmate de baarmoeder groeit.

Placentaloslating — het te vroeg loslaten van een normaal ingeplante placenta — komt voor bij ongeveer 1% van de zwangerschappen en is de meest voorkomende oorzaak van bloedverlies in het derde trimester. Kenmerkend zijn pijnlijk vaginaal bloedverlies en een gespannen, pijnlijke baarmoeder; bij een verborgen loslating is er weinig of geen zichtbaar bloedverlies, maar wel hevige buikpijn en een plankharde buik. Risicofactoren zijn onder meer hoge bloeddruk, een eerdere loslating, buiktrauma en roken. Een ernstige loslating veroorzaakt snel foetale nood en kan bij de moeder tot een stollingsstoornis leiden — dan is een spoedbevalling nodig.

Placenta accreta (waarbij de placenta abnormaal diep in of door de baarmoederwand ingroeit) komt steeds vaker voor door het toenemend aantal keizersneden. Dit wordt meestal al op de echo of MRI gezien, en de bevalling wordt gepland als keizersnede in een ziekenhuis dat is toegerust voor grote bloedtransfusies en, soms, een verwijdering van de baarmoeder.

Andere belangrijke complicaties om te kennen

Trombose en longembolie: de zwangerschap verhoogt het risico op trombose en longembolie 4 tot 5 keer. Signalen van trombose zijn eenzijdige zwelling, pijn, warmte en roodheid van een been. Signalen van een longembolie zijn plotselinge kortademigheid, pijn op de borst en een snelle hartslag. Beide vragen om spoedeisende beoordeling. Vrouwen met een eerdere trombose of stollingsafwijking krijgen soms preventief bloedverdunners.

Zwangerschapscholestase: een leveraandoening met hevige jeuk — vooral aan handpalmen en voetzolen, vaak erger 's nachts — zonder huiduitslag, samen met verhoogde galzuren in het bloed. Het treedt meestal op in het derde trimester en verdwijnt na de bevalling. Het geeft een verhoogd risico op een doodgeboren kind, vooral bij sterk verhoogde galzuurwaarden, en wordt daarom vaak behandeld met medicatie en een geplande inleiding rond week 36-37.

Terugkerende urineweginfecties: een symptoomloze blaasinfectie komt voor bij 2 tot 7% van de zwangerschappen en gaat, onbehandeld, in 20 tot 30% van de gevallen over in een symptomatische infectie of nierbekkenontsteking. Daarom wordt bij de eerste controle al urine gecontroleerd, en wordt elke positieve kweek behandeld.

Peripartum cardiomyopathie: een zeldzame maar ernstige vorm van hartfalen, ontstaan in de laatste maand van de zwangerschap of binnen enkele maanden na de bevalling. Symptomen zijn kortademigheid, vermoeidheid, gezwollen benen en verminderd uithoudingsvermogen — dit vraagt om snelle doorverwijzing naar de cardioloog.

Verloskundige bellen of naar de spoedeisende hulp?

In Nederland is je verloskundige het aanspreekpunt bij twijfel over zwangerschapsklachten, ook buiten kantooruren: verloskundigenpraktijken hebben een vast telefoonnummer dat dag en nacht bereikbaar is. Bel dat nummer, ook 's nachts — de verloskundige beoordeelt de klacht telefonisch en verwijst zo nodig door naar het ziekenhuis of de verloskamer. Een huisartsenpost is er voor spoedzorg buiten kantooruren, maar voor zwangerschapsklachten is het gebruikelijker en sneller om rechtstreeks de verloskundige te bellen. Bij een direct levensbedreigende situatie bel je altijd 112.

Bel 112 of ga direct naar de spoedeisende hulp:

Bel je verloskundige of de verloskamer dezelfde dag nog bij:

Maak je je zorgen, bel dan gewoon. Een kort telefonisch overleg kost een paar minuten en maakt meteen duidelijk of iets geruststellend is of spoed vraagt.

Veelgestelde vragen over alarmsymptomen en complicaties

Welke symptomen tijdens de zwangerschap zijn altijd reden om meteen te bellen?

Hevig vaginaal bloedverlies, een plotselinge hevige hoofdpijn die niet reageert op paracetamol, gezichtsstoornissen zoals wazig zien of sterretjes zien, pijn onder de rechter ribbenboog, ernstige benauwdheid, pijn op de borst, plotselinge sterke zwelling van gezicht of handen, en kindsbewegingen die wegblijven of duidelijk anders aanvoelen zijn signalen waarbij je nooit moet afwachten. Bel dezelfde dag nog je verloskundige of ga naar de verloskamer; bij een direct levensbedreigende situatie bel je 112. Deze klachten kunnen wijzen op pre-eclampsie, een placentaloslating of foetale nood, en dat zijn stuk voor stuk situaties waarbij tijd wint.

Welke bloeddruk telt als pre-eclampsie?

Er is sprake van pre-eclampsie wanneer een vrouw die voorheen een normale bloeddruk had, na 20 weken zwangerschap een systolische bloeddruk van 140 mmHg of hoger, of een diastolische bloeddruk van 90 mmHg of hoger heeft, gemeten bij twee afzonderlijke metingen met minstens vier uur ertussen. Daarbij moet sprake zijn van eiwit in de urine, of van kenmerken van orgaanschade zoals een verlaagd aantal bloedplaatjes, verminderde nierfunctie, verhoogde leverwaarden, longoedeem of aanhoudende hoofdpijn die niet op medicatie reageert.

Wanneer wordt zwangerschapsdiabetes meestal vastgesteld en wat betekent het?

Zwangerschapsdiabetes wordt meestal opgespoord tussen week 24 en 28 met een glucosetolerantietest, al kan bij een verhoogd risico eerder in de zwangerschap al worden getest. Het betekent dat je lichaam onvoldoende insuline aanmaakt om aan de verhoogde vraag van de zwangerschap te voldoen, en het komt voor bij ongeveer 6 tot 9% van de zwangerschappen. Met een aangepast voedingspatroon, beweging en indien nodig insuline is het goed te beheersen, en de meeste vrouwen met zwangerschapsdiabetes bevallen van een gezonde baby.

Wat zijn de signalen van vroeggeboorte en wanneer moet ik naar de verloskamer?

Signalen van vroeggeboorte voor 37 weken zijn regelmatige weeën die elke 10 minuten of vaker optreden, terugkerende lage rugpijn, een drukkend gevoel in het bekken, buikkrampen met of zonder diarree, en een vaginale afscheiding die waterig, slijmerig of bloederig wordt. Merk je een van deze signalen voor week 37, bel dan direct je verloskundige of ga naar de verloskamer. Vroege beoordeling maakt het mogelijk om, als de bevalling dreigt binnen 7 dagen, longrijpingsinjecties te geven zodat de longen van de baby sneller rijpen.

Is bloedverlies in het eerste trimester altijd gevaarlijk?

Niet altijd. Licht bloedverlies, bijvoorbeeld rond de innesteling of na een inwendig onderzoek of seks, komt in het eerste trimester vaak voor en is meestal onschuldig. Toch is elk bloedverlies reden om je verloskundige te bellen, zeker als het gepaard gaat met krampen, zwaarder is dan spotting, of als er weefsel wordt afgestoten. Je verloskundige laat waarschijnlijk een echo en bloedonderzoek doen om een buitenbaarmoederlijke zwangerschap, een dreigende miskraam of een subchorionisch hematoom uit te sluiten. Bloedverlies in het tweede of derde trimester is altijd reden voor beoordeling dezelfde dag.

Hoe houd ik de bewegingen van mijn baby in de gaten, en wanneer moet ik me zorgen maken?

Leer het eigen patroon van je baby kennen in plaats van naar een vast aantal bewegingen toe te tellen. Onderzoek naar het strikt tellen tot een vaste teller heeft geen voordeel laten zien tegen doodgeboorte, en zo'n telschema wordt inmiddels afgeraden omdat het vooral onnodige onrust geeft zonder de uitkomst te verbeteren. Wat wel telt, is verandering: voelt je baby minder, trager of anders dan je gewend bent, bel dan meteen je verloskundige of de verloskamer. Ga niet eerst iets zoets drinken, liggen en opnieuw tellen — dat kost alleen tijd, en juist die tijd wil je niet verliezen. Er is geen ondergrens die je eerst moet halen voordat bellen gerechtvaardigd is.

Wat is placenta praevia en wat betekent dit voor mijn bevalling?

Bij placenta praevia ligt de placenta gedeeltelijk of volledig over de baarmoedermond. Dit komt voor bij ongeveer 1 op de 200 zwangerschappen tegen het einde van de zwangerschap. Het meest kenmerkende symptoom is pijnloos, helderrood vaginaal bloedverlies in het tweede of derde trimester. Bij een volledige placenta praevia tegen het einde van de zwangerschap is een vaginale bevalling niet veilig en wordt een keizersnede gepland, meestal rond week 36-37. Bekkenrust is de gebruikelijke aanpak tot dan. Veel gevallen die vroeg worden ontdekt, verdwijnen vanzelf naarmate de baarmoeder groeit.

Kan ik na de bevalling nog pre-eclampsie krijgen?

Ja. Postpartum pre-eclampsie is een reeel en vaak onderschat probleem dat tot ongeveer 6 weken na de bevalling kan ontstaan, al treedt het meestal al in de eerste week op. De symptomen zijn dezelfde als tijdens de zwangerschap: aanhoudende hevige hoofdpijn, gezichtsstoornissen, pijn onder de rechter ribbenboog, ernstige zwelling en een sterk verhoogde bloeddruk. Merk je dit na de bevalling op, wacht dan niet af en ga direct naar de spoedeisende hulp of bel 112 bij heftige klachten. Dit is precies waarom de bloeddruk ook in de eerste dagen na de bevalling nog wordt gecontroleerd.

Wat verhoogt de kans op complicaties tijdens de zwangerschap?

Bekende risicofactoren zijn onder meer een eerste zwangerschap, een eerdere pre-eclampsie, bestaande chronische hoge bloeddruk of diabetes, overgewicht, een meerlingzwangerschap, een leeftijd boven de 35 jaar, auto-immuunziekten zoals lupus, nierziekte, een zwangerschap via IVF, en een familiegeschiedenis van pre-eclampsie. Bij een verhoogd risico op pre-eclampsie wordt vaak een lage dosis aspirine geadviseerd, te starten voor week 16 en door te zetten tot de bevalling; je verloskundige of gynaecoloog beoordeelt of dit voor jou geldt.

Is pijn bij de baarmoederbanden gevaarlijk?

Nee. Ligamentpijn is een van de meest voorkomende ongemakken van het tweede trimester — een scherpe, stekende of krampende pijn in de onderbuik of lies, vaak aan een kant, uitgelokt door plotselinge bewegingen, omrollen in bed of hoesten. Dit komt doordat de banden die de baarmoeder ondersteunen meerekken naarmate de baarmoeder groeit. Het is niet gevaarlijk, al kan het beangstigend aanvoelen. Is de pijn hevig, aanhoudend, gaat gepaard met koorts, of zakt niet met rust, bel dan je verloskundige om andere oorzaken zoals blindedarmontsteking, een eierstokcyste of een niersteen uit te sluiten.

Whispie

Slaapvoorspelling die juist jouw baby leert kennen, voedings- en groeiregistratie, vaccinatieherinneringen en week voor week zwangerschap — van zwanger tot peuter.

Ook van Whispie

Wekelijkse opvoedtips, geen spam

Wetenschappelijk onderbouwd advies voor de fase van je kind — rechtstreeks in je inbox.